Tot 2020 duurde de partneralimentatie twaalf jaar. Voor wie tijdens het huwelijk parttime ging werken om voor de kinderen te zorgen, was dat een lange aanloop om weer financieel op de been te komen.
Sinds 1 januari 2020 is die termijn verkort tot de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar. Vier uitzonderingen bestaan — lange huwelijken bij ouderen, jonge kinderen, AOW-leeftijd binnen tien jaar — maar de hoofdregel is: vijf jaar. Daarna stopt het. Zomaar.
Wat vijf jaar betekent in cijfers.
Stel: B is 42, was twaalf jaar getrouwd, werkt drie dagen per week en verdient bruto € 32.000. Ex-partner A verdient € 65.000 en wordt veroordeeld tot ongeveer € 800 per maand alimentatie.
Over vijf jaar tijd is dat € 48.000. Substantieel. Maar de kalender werkt onverbiddelijk: op haar 47ste, het kind dan elf, valt € 9.600 per jaar weg. Dat is € 800 minder per maand, en het komt nooit meer terug.
Op het netto huishoudbudget — ca. € 2.400 per maand — is dat een derde. Geen kleine wijziging. Een aardverschuiving.
Waar B op rekent, en waarom dat misleidt.
Drie veelvoorkomende veronderstellingen.
Eén: "Tegen die tijd ben ik weer fulltime aan het werk." Statistisch onwaarschijnlijk. Vrouwen die parttime gingen werken vanwege kinderen, schalen zelden volledig op. CBS-data laat zien dat tussen 40 en 50 jaar de gemiddelde arbeidsduur van vrouwen met kinderen ongeveer 26 uur is. Voor 40 was dat 28 uur. Voor 50 is dat 25 uur. De daling zet door, niet om.
Twee: "Dan zijn de kinderen het huis uit en zijn de vaste lasten lager." Het tegendeel klopt vaker. Studerende kinderen zonder studiefinanciering, een nieuwe relatie met ander huishouden, een eigen woning zonder hypotheekrenteaftrek bij overlijdens-rest: vaste lasten blijven of stijgen.
Drie: "Ik krijg vast WW of bijstand als het echt niet meer gaat." WW vereist een dienstverband van waaruit je werkloos bent geworden. Bijstand vereist dat je geen vermogen meer hebt boven de drempel (€ 7.605 voor een alleenstaande). Wie net het huis heeft verkocht en € 90.000 op de bank heeft staan, krijgt geen bijstand.
Wat je kunt doen in jaar nul.
Dit is niet een artikel over wat A moet betalen of B krijgt. Dit gaat over jaar zes, en wat je er in jaar nul aan kunt doen.
Drie opties.
Eén. Een gekapitaliseerde alimentatie afspreken. B krijgt niet vijf jaar maandelijks € 800, maar bij het convenant een eenmalige uitkering — bijvoorbeeld € 36.000 in plaats van vijf maal € 9.600 (verdisconteerd voor het wegvallend risico van overlijden A of hertrouwen B). Voordeel: zekerheid, geen afhankelijkheid van betaalbereidheid ex. Nadeel: A moet het ineens ophoesten, vaak via hypotheek of vermogen.
Twee. In het convenant een opleidings-budget of omscholings-traject afspreken, ten laste van de alimentatieperiode of als aanvulling daarop. Niet juridisch afdwingbaar zoals alimentatie, maar wel een serieuze afspraak. Geeft B vier jaar om om te scholen voor een fulltime baan, met financiering.
Drie. Pensioenverevening serieus nemen (zie ook ons artikel daarover). Als de alimentatie tijdelijk is, wordt het pensioen levenslang. Bij scheiding rond de 40 is het pensioen van A vaak het grootste vermogensbestanddeel dat nog niet is aangesproken.
Waarom niemand dit voorstelt.
Advocaten van A hebben geen belang bij scenario's die de last verzwaren. Advocaten van B zijn vaak gefocust op "binnenhalen wat te halen valt in de eerste vijf jaar" en minder op het zesde. Mediators zijn neutraal, maar zelden actuariëel geschoold.
Het gesprek over jaar zes moet aan de keukentafel beginnen, in jaar nul. Voordat het convenant er ligt.
De les in één zin.
Vijf jaar lijkt lang. Op een huwelijk van twaalf jaar en een werkleven tot 67 is het een korte aanloop. Wie in jaar nul niet aan jaar zes denkt, leert de wet kennen op haar 47ste — te laat om nog te onderhandelen.
Reken jouw alimentatie en de duur door op de rekentool "De alimentatie". Inclusief kinderalimentatie, draagkracht en cumulatief bedrag.