U heeft het zware werk gedaan. Het huis is verdeeld, de spaarrekening gesplitst, ieder een eigen adres. Het convenant ligt bij de notaris. En dan, in het voorjaar van het jaar daarna, valt er nog een aanslag inkomstenbelasting op de mat, over vermogen dat allang niet meer van jullie samen is.

Dat komt door één datum die niet meebeweegt met de scheiding: 1 januari. De Belastingdienst kijkt voor box 3 maar op één moment per jaar naar uw vermogen, en dat moment is de eerste dag van het jaar. Wat u op die dag samen had aan spaargeld, beleggingen en schulden, bepaalt de belasting over het hele jaar, ook als u in maart uit elkaar ging.

Wat er wel verandert, en wat niet.

Twee dingen lopen niet gelijk op. Het ene is wanneer u geen fiscaal partner meer bent. Dat eindigt op het moment dat u het echtscheidingsverzoek indient én niet langer op hetzelfde adres staat ingeschreven. Vanaf dat moment vult u elkaars vermogen niet meer in.

Het andere is de peildatum. Die staat vast op 1 januari en verschuift nergens voor. Het gevolg: scheidt u in de loop van een jaar, dan was u op de peildatum nog samen, met één gezamenlijke grondslag. De verdeling die u in het echtscheidingsconvenant afspreekt, regelt wie wat krijgt. Ze regelt niet automatisch wie de belasting over dat laatste gezamenlijke jaar draagt.

In het jaar van scheiding mag u nog kiezen: voor dat hele jaar samen aangifte doen als fiscale partners, of allebei apart. Die keuze is geen formaliteit. Ze bepaalt of u de dubbele vrijstelling en de vrije verdeling van box 3 nog kunt gebruiken, of niet.

Een rekenvoorbeeld, met twee kanten.

Neem Anouk en David. Op 1 januari 2026 staat er gezamenlijk € 240.000 in box 3: € 90.000 spaargeld en € 150.000 aan beleggingen. In april dienen ze het verzoek in en verhuist David. Het vermogen verdelen ze netjes 50/50, ieder € 120.000.

De heffing gaat niet over het saldo, maar over een fictief rendement. Voor 2026 rekent de Belastingdienst met ongeveer 1,44% op spaargeld en 6,00% op beleggingen, en heft daar 36% over. Het heffingsvrij vermogen is € 59.357 per persoon, voor fiscale partners samen € 118.714.

Het forfaitaire rendement over de gezamenlijke pot: 1,44% × € 90.000 = € 1.296, plus 6,00% × € 150.000 = € 9.000. Samen € 10.296. Maar de heffing rekent met de verhouding van het vrijgestelde deel mee, en wie alle cijfers precies wil zien voor de eigen situatie, kan ze het beste laten doorrekenen. De kern is dit: de verdeling die u in de aangifte kiest, verandert het bedrag.

Kiezen ze ervoor om over 2026 nog samen aangifte te doen, dan tellen beide vrijstellingen mee, € 118.714, en mogen ze de grondslag in elke verhouding verdelen, ook 100/0 als dat gunstiger uitpakt. Doen ze het apart, dan deelt ieder het vermogen op de peildatum naar eigen aandeel, met één vrijstelling per persoon. In dit geval blijven beide vrijstellingen behouden, omdat ieder ruim boven de grens zit, maar bij ongelijke vermogens of een lager saldo kan het verschil tussen samen en apart oplopen tot enkele honderden euro's.

En hier zit de kant die mensen vergeten: voor David telt het volledige gezamenlijke vermogen op 1 januari nog mee, ook het deel dat in april naar Anouk ging. Heeft hij in het convenant niet vastgelegd dat de belasting over dat jaar gedeeld wordt, dan kan hij straks een aanslag krijgen over geld dat hij niet meer heeft. Bij scheiding heeft elk cijfer twee kanten, en de fiscus rekent met de stand van één dag.

De Belastingdienst rekent voor, niet vooruit.

De Belastingdienst geeft de regel: peildatum 1 januari, tarief 36%, vrijstelling € 59.357. Wat de Belastingdienst niet geeft, is de doorrekening van wát die regel betekent als uw leven midden in het jaar in tweeën breekt. De tabellen kloppen, maar ze rekenen het scenario niet voor. Dat is begrijpelijk, het is niet hun taak, maar het laat een gat waar mensen invallen die net het minste tijd en rust hebben om het zelf uit te rekenen.

De verdeling van het vermogen voelt als de laatste stap. Fiscaal is ze dat niet. Er ligt nog één gezamenlijk belastingjaar tussen u in, en de afspraak over wie dat jaar draagt, hoort in het convenant, niet in een aanslag een jaar later.

De les in één zin.

Het vermogen verdeelt u op de dag van de scheiding, de box 3-belasting hangt aan 1 januari, en de keuze om dat laatste jaar samen of apart aangifte te doen, plus de afspraak wie de aanslag draagt, hoort in het convenant terwijl u er nog samen over praat.

Wat ieder na de verdeling van het vermogen overhoudt, en wat de fiscale staart over het scheidingsjaar daarvan afhaalt, rekent de rekentool "De verdeling" per partij door.