De huidige regels voor pensioen bij scheiding zijn van 1995. Drie decennia oud, in een tijd waarin de gemiddelde Nederlander twee keer trouwt, vaker werkt in deeltijd en zelden bij dezelfde werkgever blijft tot de eindstreep. Er ligt al jaren een vervangende wet klaar, de Wet pensioenverdeling bij scheiding, WPS, die meerdere keren is uitgesteld. Officieel staat hij nu op 1 januari 2027. Diverse rechtspraktijken melden dat de datum naar 1 januari 2028 verschuift, om gelijk op te lopen met het nieuwe pensioenstelsel uit de Wet toekomst pensioenen.
Dit stuk doet drie dingen. Eerst wat er onder de huidige wet (WVPS) misgaat. Dan wat de nieuwe wet (WPS) anders regelt. En tenslotte wat je, ongeacht de exacte ingangsdatum, in jouw convenant van vandaag al kunt vastleggen om in 2027 of 2028 niet voor verrassingen te staan.
Wat de huidige wet doet.
Onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van 1995 worden pensioenrechten opgebouwd tíjdens het huwelijk in beginsel 50/50 verdeeld. Het mechanisme heet verevening. De ex-partner van de pensioen-opbouwer krijgt levenslang de helft van de uitkering, maar pas vanaf het moment dat de opbouwer met pensioen gaat. Niet eerder.
Drie problemen in de praktijk.
Eén. Het is geen automatisme. Er moet een formulier worden ingediend bij het pensioenfonds van de ex, binnen twee jaar na inschrijving van de scheiding. Wie dat vergeet, moet later zelf bij de ex aankloppen voor maandelijkse afdracht, geen pensioenfonds, geen incasso, geen wettelijke handhaving.
Twee. Levenslange afhankelijkheid. De ex-partner krijgt de helft, maar als de opbouwer overlijdt vóórdat het pensioen ingaat, vervalt de aanspraak (er is nog wel een aparte regeling voor bijzonder partnerpensioen). En als de ex-partner overlijdt, valt het verevende deel terug naar de opbouwer. Levenslang aan elkaar verbonden via een pensioenfonds, terwijl je net hebt geleerd elkaar los te laten.
Drie. Onzekerheid over de uitkering. Het pensioen wordt pas berekend op het moment dat het ingaat, op basis van de regeling die dan geldt. Een eindloon-regeling kan tussentijds zijn omgezet in een middelloon-regeling, en straks in een premieregeling onder de Wet toekomst pensioenen. Wat de ex daadwerkelijk krijgt, is voor scheidingen-rond-de-40 een berekening over een onbekende toekomst.
Wat de nieuwe wet anders doet.
De Wet pensioenverdeling bij scheiding (WPS) verandert drie dingen fundamenteel.
Eén. Conversie wordt de standaard. In plaats van levenslange verevening krijgt de ex-partner een eigen, zelfstandig pensioenrecht op basis van de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Dat eigen recht komt los te staan van de pensioenkeuzes en levensloop van de ex. Wanneer de ex met pensioen gaat, wat de ex daarna verdient, of de ex overlijdt, geen invloed meer op jouw deel. Eigen recht, eigen ingangsdatum, eigen risico.
Twee. Automatische melding. Onder de huidige wet moet jij actief het formulier naar het pensioenfonds sturen. Onder de WPS krijgt het pensioenfonds een melding rechtstreeks vanuit de Basisregistratie Personen (BRP). De scheiding wordt ingeschreven, het fonds wordt automatisch geïnformeerd, en de conversie start. Niemand vergeet meer een formulier, wat onder de huidige wet de meest voorkomende oorzaak is van een gemiste verevening.
Drie. Beperking partnerpensioen. Het bijzonder partnerpensioen (de uitkering aan de ex bij overlijden van de opbouwer) wordt beperkt tot wat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Onder de huidige wet kreeg de ex bij overlijden van de opbouwer ook delen van het partnerpensioen die al vóór het huwelijk waren opgebouwd. Dat wordt strakker getrokken.
Wie de oude regeling wil, bijvoorbeeld omdat de levenslange aanspraak past in jullie specifieke situatie, kan dat doen via een afwijkende afspraak in het convenant. Maar je moet er actief om vragen, binnen zes maanden na de scheiding. De standaard schuift van "levenslang verbonden tenzij je actie onderneemt" naar "losgekoppeld tenzij je actie onderneemt".
Wanneer gaat het in, echt?
Hier moet ik eerlijk zijn over wat we weten en wat niet.
De officieel beoogde datum is 1 januari 2027. Dat is wat de Eerste Kamer en het Ministerie aanhouden. Tegelijk schrijven meerdere advocatenkantoren begin 2026 dat de invoering opnieuw schuift, dit keer naar 1 januari 2028, om gelijk op te lopen met de afronding van de invaarperiode onder de Wet toekomst pensioenen.
Dat de datum nog beweegt is op zichzelf een waarschuwing. Wie nu scheidt, valt onder de huidige WVPS, punt. De nieuwe wet werkt niet terug. Wie wacht op de nieuwe wet om beter af te zijn, wacht op iets dat misschien pas in 2028 komt of misschien nog langer. Scheidingen worden niet aangehouden op wachten-op-wetgeving.
Het omgekeerde geldt ook: wie nu zou willen profiteren van de levenslange verevening van de oude wet (bijvoorbeeld omdat de inkomensverdeling tussen partners zeer scheef is), heeft daar tot de invoeringsdatum nog de tijd voor.
Wat je nu al kunt vastleggen.
De praktische realiteit voor wie in 2026 scheidt: leg drie dingen vast in het convenant, ongeacht of de WPS in 2027 of 2028 ingaat.
Eén. Maak een bewuste keuze tussen verevening en conversie. Beide kunnen al onder de huidige wet, ook al is verevening nu standaard. Voor wie de levenslange afhankelijkheid niet wil, veruit de meeste mensen, denk ik, is conversie de slimmere optie. Het pensioenfonds moet er wel mee instemmen, en dat doet het bijna altijd, mits het convenant duidelijk is.
Op tafel zetten dus, niet in een voetnoot. «Wij kiezen voor conversie van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken bij pensioenuitvoerder X», met handtekening van beiden. Het pensioenfonds zet vervolgens een eigen aanspraak op naam van de ex.
Twee. Reken het verschil door, met cijfers. Conversie kan voor de ex-partner soms iets minder gunstig zijn dan verevening, omdat het partnerpensioen mee-geconverteerd wordt. Een rekensom van het pensioenfonds (vraag erom in de aanloop naar het convenant) laat zien wat het verschil is.
Vuistregel uit de praktijk: voor de minst-verdienende partner is conversie meestal één tot zes procent lager qua netto uitkering, maar zonder de levenslange koppeling. Wie aan de zekerheid hecht, kiest conversie. Wie de hoogste uitkering wil en levenslange contact met de ex accepteert, kiest verevening.
Drie. Leg het convenant zo op dat de WPS-overgang er niet door breekt. Schrijf in: «Indien tijdens de uitvoering van deze afspraken nieuwe wetgeving in werking treedt, blijft de hier vastgelegde keuze leidend.» Dat voorkomt dat het pensioenfonds later argumenteert dat de nieuwe wet de oude afspraak overrulet.
Voor wie scheidt na de invoeringsdatum.
Stel dat de WPS in 2028 van kracht wordt en jij scheidt in 2029. Dan:
Standaard krijg je conversie. Het pensioenfonds wordt automatisch geïnformeerd via de BRP en zet de pensioenaanspraken om. Je hoeft niets actiefs te doen om je deel te krijgen.
Als je wilt afwijken, bijvoorbeeld voor verevening kiezen omdat dat in jullie geval gunstiger uitpakt, meld je dat binnen zes maanden bij het pensioenfonds. Niet binnen twee jaar zoals nu, maar binnen zes maanden. De termijn wordt strakker.
De berekening van het bijzonder partnerpensioen wordt strikter beperkt tot de huwelijkse periode. Wie een lang huwelijk en lange voorgeschiedenis heeft, krijgt iets minder dan onder de huidige wet. Wie een kort huwelijk heeft en geen voorgeschiedenis, merkt er nauwelijks verschil van.
De les in twee zinnen.
De nieuwe wet maakt pensioenverdeling eerlijker en minder afhankelijk van een vergeten formulier. Wie nu scheidt, valt nog onder de oude regels, en kan in het convenant alvast de keuze tussen verevening en conversie zelf maken, zonder op de nieuwe wet te wachten.
Onze rekentool "Het pensioen" rekent beide scenario's door, verevening en conversie, met de cijfers van 2026. Voor wie wil zien wat de keuze concreet betekent in maandbedrag, levenslang.